Kanjers uit het Vechtdal

Familie Nijhuis boert al sinds 14e eeuw op dezelfde plek langs de Vecht

Erik Driessen
Geschreven door
Erik Driessen
6 minuten opladen
720 x bekeken

Jan Nijhuis van Aspergeboerderij Het Nijenhuis in Diffelen vertelt waarom de lekkerste asperges van Nederland uit het Vechtdal komen.

“Uit het Vechtdal komen de lekkerste asperges van Nederland. We telen hier op esgrond , ideaal voor asperges. Als boer krijg je die supergrond er gratis bij”, glimlacht Jan Nijhuis van Aspergeboerderij Het Nijenhuis in Diffelen. Hij woont en werkt op de plek waar zijn voorvaderen al in de 14e eeuw boerden. Van asperges hadden alle generaties tot de jaren tachtig van de vorige eeuw nog nooit gehoord. Die groeiden in Egypte en pas veel later ook in het zuiden van Nederland. Ook Nijhuis had toen hij van school kwam nog nooit de smaak van een asperge geproefd.

Op wat notabelen en culinair sterk ontwikkelde smulpapen na, kende überhaupt verder niemand de geneugten van de witte stengels. Hooguit van exemplaren uit blik die op verjaardagsfeestjes nog wel eens in een plakje ham werden gewikkeld. Niet de beste promotie voor het witte goud. Toch ontwikkelde Jan Nijhuis een fascinatie voor de stengels. “Ik sprak met mijn vader over de opvolging. ‘Dan moet je er wel wat bij doen’, zei hij, want de inkomsten moesten omhoog en hij wilde zelf ook nog verder. Tot die tijd was Het Nijenhuis een gemengd bedrijf”, vertelt Nijhuis, die zelf geen landbouwopleiding volgde. “Sterker nog: ik volgde de technische school en ging als monteur bij de gemeente Hardenberg aan de slag”, glimlacht hij.

Het geheim: de esgrond

Die ‘mooie esgrond’ bij de Vecht liet hem niet los. “Het is een ondergrond die in de loop van de eeuwen ontstond. Boeren voegden voortdurend potstalmest en plaggen toe, waardoor de akkers nu hoger liggen dan de boerderijen. Graaf je een meter diep, dan heb je van die mooie, zwarte grond. Extra voordeel van die hoogte is dat gewassen niet met de wortels in het water staan. Dat is ideaal voor asperges, omdat die planten tien jaar in de grond moeten zitten. Zo kwamen we uiteindelijk op dit spoor.”

Kennis uit de proeftuin

De gedrevenheid van de jonge Jan Nijhuis deed de rest. Naast zijn werk buiten de deur benutte hij veel vrije tijd om zijn expertise te vergroten. “Ik ging bijvoorbeeld op stage in het Limburgse Horst: dé proeftuin van de Nederlandse aspergeteelt. Daar deed ik ontzettend veel kennis op die ik mee terugnam naar het Vechtdal: een jaar later plantte ik hier de eerste asperges. Juist omdat het allemaal nieuw was, ging ik heel precies te werk en hield ik me aan wat in de boekjes stond.”

Optimale oogst na vier jaar

Een jaar later volgde de eerste oogst. Nijhuis vergelijkt dat proces met het volwassen worden van een mens. “Babybedje, kleuterbedje, puberbedje….en uiteindelijk volwassen bed. In het vierde jaar van een aspergeplant is de oogst pas optimaal en dat blijft een paar jaar zo, waarna de oogst langzaam minder wordt en na tien jaar is het voorbij. In die eerste jaren moesten we dus steeds meer asperges van het land halen. Ik werkte nog steeds buiten de deur en richtte me in de avonduren op de boerderij. Bij de oogst werkte de hele familie mee: ooms, tantes, noem maar op.”

De lekkerste asperges van Nederland

Tegenwoordig verkoopt hij asperges alleen nog maar op Het Nijenhuis en aan restaurants en ondernemers in de regio, maar lang ging het witte goud uit Diffelen naar de veiling in IJsselmuiden. Daar kreeg Nijhuis de bevestiging dat hij goede producten leverde. “Onze asperges zagen er in de kistjes het mooiste uit en gingen als eerste weg. Dan weet je dat je goed bezig bent. Tegenwoordig durf ik rustig te zeggen dat de lekkerste asperges van Nederland uit het Vechtdal komen. In amper dertig jaar hebben we het voor elkaar gekregen dat mensen uit Amsterdam koers zetten naar deze streek om asperges te kopen. Daar mag je best trots op zijn.”

Superasperges dankzij supergrond

De meeste eer komt toe aan ‘die supergrond’, zegt Nijhuis nog een keer. Vakmanschap en liefde voor het vak speelt een rol, maar de esgrond doet de rest. “Daardoor zijn onze asperges superlekker: zoeter en minder bitter. En waar dat nou aan ligt….zeg het maar. Dat is zo moeilijk te verklaren, maar die geschiedenis van eeuwen die hier in de grond zit, speelt zeker een rol. Wij profiteren er zeker van dat boeren hier voortdurend hun grond hebben verbeterd.”

Mensen verlangen naar asperges

Spijt van de keuze uit de jaren tachtig heeft hij dus ooit gehad. De traditionele boerderij van zijn vader veranderde in ‘een soort toeristische attractie’, lacht Nijhuis. “Mensen vinden het prachtig om hier te komen. Bij de eerste voortekenen van het jaar komen de eerste telefoontjes van aspergeliefhebbers binnen: of de asperges er al zijn. Mensen verlangen echt naar asperges. Dat is ook het mooie van een seizoenproduct. We beginnen ergens in april en eindigen met Sint Jan. Maak je het seizoen langer, dan verdwijnt die magie. Bovendien hebben we genoeg andere producten zoals aardbeien, maar de asperge blijft de belangrijkste.”

Meer dan asperges alleen

Maar Het Nijenhuis kijkt verder dan het einde van de witte stengels. Vanaf april verkoopt Nijhuis veel producten in de winkel en deze zomer kunnen gasten voor het eerst overnachten in de bed and breakfast op de eerste verdieping. “En daar…”, wijst hij naar de oevers van de Vecht die nog net binnen de zichtlijn van Het Nijenhuis valt, ‘…staat ons natuurhuisje dat we verhuren. Kano’s en bootjes kunnen aanleggen bij onze steiger. Soms zijn dat mensen die een arrangement hebben geboekt: ze ontdekken de geheimen van het Vechtdal en drinken bij ons koffie met een gebakje.”

Multifunctionele landbouw

De traditionele boer bestaat niet meer, wil hij maar zeggen. “Je moest kiezen voor schaalvergroting of multifunctionele landbouw. Dat laatste maakt het Vechtdal zo bijzonder. Die heeft een bierbrouwerij, die een zorgboerderij en weer een ander een ijsboerderij. Omdat we heel goed samenwerken, hebben we bezoekers en bewoners veel te bieden. En samen zijn we trots op dit gebied. Deze boerderij staat hier al eeuwenlang langs de Vecht. Dan heb je natuurlijk een enorme band met die rivier en dit gebied.”

Hij neemt een asperge in de hand. Voordat hij naar Limburg afreisde, had hij er nog nooit één geproefd, bekent hij. En nu kijkt hij net zoals veel klanten uit naar de eerste oogst. “Wat ik het lekkerste gerecht met asperges vind? Nou, onze kok maakt bijvoorbeeld geweldige aspergesoep en hartige taart met asperges. Fantastisch om te eten, maar uiteindelijk vind ik de aloude asperges met een plakje ham en een ei het lekkerste. Zonder poespas proef je de smaak het beste.”

‘De lekkerste asperges van Nederland komen uit het Vechtdal’

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

Deel dit artikel met vrienden
Erik Driessen
Geschreven door Erik Driessen

Erik Driessen (1971) is journalist. Als kind werd hij elk weekeinde door zijn ouders meegesleurd voor eindeloze autotochten door Weerribben-Wieden, IJsseldelta en Vechtdal. Daardoor kent hij elke millimeter van de gebieden waarover hij graag schrijft.

Ook interessant

Meer verhalen

Zoek advies!